Begroting 2017 - 2020

Werk en inkomen

Wat willen we bereiken?

Meerjarig beleidsperspectief

We zijn in 2015 gestart met de ambitie om een beweging op gang te brengen in het sociale domein. Deze ambitie hebben we aangescherpt en verankerd in het strategische programma ‘Sociale Stad’. Met deze beweging willen we naar de essentie van de stad. De bedoeling is dat mensen zo lang mogelijk mee kunnen doen in de samenleving, dat ze rondkomen, vooruitkomen, en dat wie het nodig heeft passende ondersteuning krijgt. Daarbij staan we voor een sterke basis en kwaliteit, die we met elkaar bewerkstelligen en betaalbaar houden: inwoners, (lokale) partners, zorginstellingen, werkgevers, het Werkbedrijf en de gemeente. Dit draagt bij aan sociale maatschappelijke stijging van onze individuele inwoners, van wijken en van onze stad. Een sociaal sterke stad als motor voor ontwikkeling.

Met de transformatie, die  in 2015 is ingezet, willen we de  zorg en ondersteuning  van kwetsbare mensen vereenvoudigen. De mens, het gezin en zijn persoonlijke situatie centraal stellen én de Helmonder waar mogelijk de regie over zijn leven geven.
Een baan en/of een zinvolle daginvulling hebben is dan belangrijk. We gaan  – samen met het Werkbedrijf dat voor ons de participatiewet uitvoert –  gericht aan de slag met iedere inwoner die op dit moment aangewezen is op een uitkering en/of niet beschikt over een startkwalificatie. Iedereen, ongeacht de afstand tot de afstandsmarkt, krijgt ondersteuning bij het vinden van een opleiding, baan en/of een zinvolle daginvulling.
Dit betekent meer banen, meer participatiecoaches, meer jongerencoaches en meer vormen van daginvulling. We zijn gestart met het Stadsleerbedrijf en het aantal inwoners dat we via het Stadsleerbedrijf daginvulling kunnen bieden stijgt de komende jaren door. Maar het Stadsleerbedrijf biedt geen betaalde banen, het Stadsleerbedrijf is er voor mensen die een hele grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt en op deze manier toch een zinvolle daginvulling kunnen hebben, waarmee ze iets kunnen bijdragen aan wijk en stad. Daarbij werken we volgens de bedoeling van de motie ‘participerende bijstand’ en halen we belemmeringen weg om deze daginvulling te leveren.
Er is ook een impuls voor de werkgelegenheid nodig, waardoor meer ‘echte’ banen ontstaan. Dit is onze overkoepelende ambitie binnen de strategische agenda: banen, banen, banen. Het hebben van werk biedt inwoners namelijk de beste kansen om rond te komen én vooruit te komen. Het maakt ook dat mensen zich fysiek en mentaal gezonder voelen en minder vaak een beroep hoeven doen op zorg. Bij het creëren van banen sluiten we aan bij de kansrijke sectoren zoals benoemd in het rapport De Kracht van Helmond (Food, Smart Industries en Detailhandel) en hebben we aandacht voor banen voor laagopgeleiden en voor mensen die al lange tijd uit het arbeidsproces zijn. Om die reden zetten we in op arbeidstoeleiding en op begeleiding van mensen tijdens hun werk; we moeten immers voorkomen dat mensen snel weer uitvallen uit het arbeidsproces en zorgen dat ze duurzaam aan het werk zijn. Voor deze impuls versterken we de acquisitie, het accountmanagement en de strategische positionering, branding en promotie.

Deze gelijktijdige impuls in zowel werkgelegenheid als begeleiding van inwoners met een uitkering of zonder startkwalificatie richting onderwijs, werk en/of daginvulling is nodig. De strategische indicatoren laten zien dat het aandeel inwoners met een uitkering het afgelopen jaar (weer) is gestegen. Dit is ook landelijk het beeld en wordt grotendeels verklaard door de toename van het aantal statushouders. Afgezet tegen landelijke cijfers is Helmond met  relatief veel maakindustrie wel gevoeliger voor conjuncturele invloeden. Extra nadeel is dat de beroepsbevolking een relatief groot aandeel kent met een lage opleiding (237 tegen 181 landelijk per 1.000 inwoners van 15-65 jaar). Dat terwijl de opleidingsvraag in het bedrijfsleven eerder toe- dan afneemt.

In de afgelopen periode hebben wij fors geïnvesteerd in de minima in onze stad, in het vergroten van hun kansen op meedoen en vooruitkomen. Zo hebben we de inkomensgrens voor onder andere individuele bijzondere bijstand verhoogd van 110% naar 120% en hebben we structurele subsidiëring geregeld voor Lets Ruilwinkel en Super Sociaal. De komende jaren blijven we samen met inwoners en partners doorontwikkelen en ligt onze focus vooral op de preventie van schuldenproblematiek. Zo zijn we al gestart met een pilot voor het opkopen van schulden, spreken we met het onderwijs over aandacht in het curriculum voor preventie van schulden en ontwikkelen we met studenten apps om jongeren te ondersteunen bij hun financiële huishouding.  

Vroeg het verschil maken
Nu we sinds de decentralisaties verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning aan kwetsbare inwoners, zien we steeds beter waar we met onze partners preventief het verschil maken en welke (groepen) inwoners of gebieden daarbij extra aandacht vragen. Dit geeft mogelijkheden om de preventieaanpak  te versterken en beter te richten. We zetten de komende jaren in op onder andere het voorkomen van  voortijdig schoolverlaten, het versterken van de aansluiting van school naar werk, vroegsignalering en preventie van schulden en  participatie in een liefst zo regulier mogelijke werkomgeving. Voor de inzet op voortijdig schoolverlaten en de sluitende keten van school naar werk verwijzen we verder naar programma 4 (Jeugd en Onderwijs)     

Verschil maken in de uitgangspositie van kwetsbare buurten en wijken
Komende jaren gaan we gericht een aantal kwetsbare buurten in onze stad veerkrachtig maken met een samenhangende aanpak, voortkomend uit alle strategische programma’s (zie voor meer informatie programma 3 Zorg en Welzijn). De aanpak richt zich zowel op de inwoners zelf als op hun woon- en leefomgeving. We zullen, samen met het Werkbedrijf, mensen met een uitkering en/of zonder een startkwalificatie uit deze buurten gericht begeleiden naar werk of een andere daginvulling en pakken daarbij ook laaggeletterdheid aan. Het Stadsleerbedrijf bouwen we verder uit om ervoor te zorgen dat ook degenen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt mee kunnen doen (zie hiervoor verder programma 3, Zorg en Welzijn). Daarnaast realiseren we toegang tot internet voor onze inwoners via het aanwezige maatschappelijk vastgoed – waardoor we tegelijk ontmoeting in deze accommodaties versterken - en richten we in een aantal buurten sociale experimenten in met bijvoorbeeld zelfindicaties, inclusieve wijk etcetera

Verschil maken in de ondersteuning dichtbij
Voor inwoners die het niet op eigen kracht en hulp van basisvoorzieningen redden, zetten we in op  samenhangende ondersteuning, dichtbij en samen met de inwoner en zijn omgeving. De transformatieteams vervullen hierin een belangrijke rol. In deze teams zijn ook de participatiecoaches van het Werkbedrijf en de consulenten Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening vertegenwoordigd. Komende jaren investeren we in én sturen we op de doorontwikkeling van een nieuwe manier van werken en een hoogwaardige integrale toegang  voor onze inwoners. Zie hiervoor ook programma 3 Zorg en Welzijn. Meer concreet realiseren we per 1 januari een specialistisch klantcontactcentrum voor het sociaal domein. Dit ontwikkelen we samen met kernpartners door tot een integrale toegang. Ter ondersteuning van onze inwoners en professionals in de wijknetwerken investeren we in een regiesysteem. Daarnaast maken we met onze partners werk van slimme internettoepassingen die zelfregie ondersteunen (o.a. Guido en armoedeapps). Ook  ontwikkelen we samen met de wijknetwerken een zogenoemde ‘Groene Golf’ om te voorkomen dat inwoners verstrikt raken in regels in het sociaal domein.

Monitoring, verantwoording en leren
Op dit moment vindt de verantwoording over de zorg en ondersteuning in het sociaal domein vooral plaats via rapportages, zowel landelijk als lokaal. Op die manier wordt een beeld gecreëerd op een hoog abstractieniveau. Dit zegt weinig over hoe het nu echt gaat in het sociaal domein, met onze inwoners, wijken en stad. Maken we merkbaar verschil voor onze (kwetsbare) inwoners, buurten en wijken? We werken een nieuwe systematiek van monitoring en verantwoording uit om op een eigentijdse manier verantwoording af te leggen aan inwoners, partners en raad over de dienstverlening in het sociaal domein (zie hiervoor ook programma 3 en 4).

Strategische indicatoren

Nr.

Strategische indicatoren

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Meting: jaar, peildatum en bron

2.01

Netto participatiegraad (% mensen tussen 15-67 jaar dat een baan heeft)

66,5

65,9

64,1

62,3

64,1

Waarstaatjegemeente.nl

2.02

Aantal bijstandsuitkeringen

2183

2.275

2.331

2.371

2.518

2.610

2635

Jaarlijks, 1-1, Werk en Inkomen, Gemeente Helmond

2.03

Aantal bijstandsgerechtigden

2.737

3.011

3.112

3139

Jaarlijks, 1-1, Werk en Inkomen, Gemeente Helmond

2.04

Personen met bijstandsuitkering (per 10.000 inwoners 18 jaar en ouder)

501,8

Waarstaatjegemeente.nl

2.05

Aantal WW-uitkeringen

1810

1.720

2.290

2.720

2.650

3.040

Jaarlijks 31-12 CBS Regionale Kerncijfers Nederland (t/m 2013) daarna UWV

2.06

% Bijstandsgerechtigden t.o.v. beroepsbevolking

5,80%

6,30%

6,60%

Jaarlijks, 1-1, Werk en Inkomen, Gemeente Helmond

2.07

% WW-uitkeringen t.o.v. de feitelijke beroepsbevolking

4,00%

3,70%

4,90%

5,80%

5,80%

6,60%

jaarlijks, 31-12, UWV-werkbedrijf

2.08

% WW-uitkeringen jeugd potentiële beroepsbevolking (15 t/m 24 jaar)

0,80%

1,40%

1,60%

1,20%

1,50%

Atlas sociale verzekeringen 31-12,  cijfer 2014: UWV werkbedrijf

2.09

Personen met een lopend re-ïntegratietraject (per 10.000 inwoners 15-64 jaar)

220,4

waarstaatjegemeente.nl

2.10

% Particuliere hh met een inkomen tot 105% van sociaal minimum

10,60%

10,90%

11,50%

12,30%

Jaarlijks, met vertraging van 2-jaar, CBS-RIO

2.11

% Particuliere hh met een inkomen tot 110% van sociaal minimum

13,40%

13,50%

14,20%

15,10%

Jaarlijks, met vertraging van 2-jaar, CBS-RIO

2.12

% Particuliere hh met een inkomen tot 120% van sociaal minimum

17,70%

17,70%

18,40%

19,30%

jaarlijks, met vertraging van 2-jaar, CBS-RIO

2.13

Werkend en laaginkomen: aantal huishoudens die  actief zijn op de arbeidsmarkt en een inkomen tot 105% van het sociaal minimum hebben

930

930

1.040

1.090

Jaarlijks, met vertraging van 2-jaar, CBS-RIO

2.14

Kinderen in uitkeringsgezinnen (%)

6,61%

6,54%

6,65%

Waarstaatjegemeente.nl

2.02

In 2016 voorlopige cijfer

2.03

In 2016 voorlopig cijfer

2.07

Helemaal nieuwe reeks vanaf 2010 omdat definitie beroepsbevolking is gewijzigd. In 2015 CBS beroepsbevolking 2014 aangehouden

2.12

Betreft raming op basis van Stimulansz Minimascan (raming voor 2014 en 2015 verwacht in mei)