Begroting 2017 - 2020

Milieu

Wat willen we bereiken?

Meerjarig beleidsperspectief

Milieubeleid
In de Milieuvisie Helmond 2025 is de volgende ambitie opgenomen:

"Door het uitvoeren van een concreet milieubeleid werkt Helmond continu aan het verbeteren van de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de stad. Hierbij wordt uiteraard voldaan aan de geldende wettelijke milieunormen. Daarnaast worden op een innovatieve en creatieve manier kansen benut die leiden naar een structureel hogere en duurzame milieukwaliteit."

De pijlers waar de visie op rust zijn zoals gesteld: ‘gezondheid, veiligheid en leefbaarheid’. Het overkoepelende begrip ‘duurzaam’ geldt voor al deze drie pijlers omdat goed milieubeleid niet alleen essentieel is voor de huidige generaties, maar zeker ook moet bijdragen aan een bestendige leefkwaliteit van toekomstige generaties (op het terrein van wonen, werken en recreëren). De aanpak van de gemeente Helmond op strategisch niveau is daarbij gericht op, voorkomen, saneren, verbeteren/stimuleren en profileren.

De eerste twee onderdelen, voorkomen en saneren, zijn vanzelfsprekend niet nieuw. Met deze strategieën wordt het beleid van de afgelopen jaren dan ook voortgezet. De basis daarvoor ligt veelal in de bestaande wet- en regelgeving.
In de periode tot 2025 wordt de focus echter verbreed naar het verbeteren van de milieukwaliteit en het stimuleren van duurzame ontwikkelingen en innovaties. Vooral met dit laatstgenoemde spoor wil Helmond zich nadrukkelijk ook meer profileren als gezonde, veilige en leefbare stad. De Milieuvisie Helmond 2025 is daarmee vooral een integrale visie en aanpak.

In de Milieuvisie is als doelstelling opgenomen dat geuroverlast in de leefomgeving zoveel mogelijk dient te worden beperkt. Om een verdere toename van geurklachten  te voorkomen is  aanvullend geurbeleid opgesteld. Doelstelling voor geurbeleid is het waarborgen van een goede leef- en woonomgeving bij onze burgers. Het betreft een beleidsregel voor industriële bedrijven waarbij, naast de individuele toets van geur op basis van het provinciale geurbeleid, ook getoetst wordt aan cumulatieve geurhinder.

Versnellingsagenda Duurzaamheid
In juni 2015 vond de eerste duurzaamheidsconferentie plaats onder de noemer ‘Alle Lichten op Groen’. Samen met zo’n 120 partners uit de stad werd daar het fundament gelegd voor de Versnellingsagenda Duurzaamheid. Tijdens deze conferentie is een groot aantal projecten binnen 10 thema’s benoemd waaraan de verschillende partners de komende jaren, al dan niet samen met de gemeente, gaan werken. Via www.allelichtenopgroen.nl is een platform opgezet waar de (voortgang van de) projecten terug te vinden is en waar de verschillende partners elkaar makkelijk kunnen vinden. Om deze versnellingsagenda te faciliteren heeft het college in het coalitieakkoord in totaal € 1 miljoen vrijgemaakt, door naast de middelen voor de duurzaamheidsleningen een bedrag € 700.000 te storten in de reserve versnellingsprogramma duurzaamheid.
Inmiddels is het thema Duurzaamheid tevens opgenomen in de Strategische Agenda 2016-2020, via het programma Duurzame en Gezonde Stad. Daarmee wordt de meer extern georiënteerde Versnellingsagenda ingebed in een compleet programma waarin ook de gemeentelijke rol tot uitdrukking komt. Er zijn daarnaast belangrijke stappen in de uitvoering van de Versnellingsagenda gezet. Denk bijvoorbeeld aan de Green Deal Geothermie, aan het Duurzaamheidsfonds en aan de subsidieregeling Groene Daken. De komende jaren wordt er onverminderd hard gewerkt aan onze doelstelling ‘Helmond klimaatneutraal in 2035’; niet alleen door ons als gemeente, maar ook en vooral door onze inwoners en ondernemers.

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB)
In Nederland zijn de Omgevingsdiensten belast met uitvoeringstaken op het terrein van het omgevingsrecht. In dat kader voeren de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) en de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) vergunningverlening- en toezichttaken uit voor de gemeente Helmond. Aan de ODZOB is daartoe een beperkt mandaat verleend. Aan de OMWB is volledig mandaat verleend ten behoeve van de uitvoering van de Brzo-taken (Besluit risico's zware ongevallen 2015).
Het concernplan 2014-2018 van de ODZOB geeft richting en kaders voor de komende jaren en het vormt de bestuurlijke opdracht aan de organisatie. Het concernplan geeft een uitwerking aan de Gemeenschappelijke Regeling (GR) ODZOB en aan de begroting. Het beschrijft wat de eigenaren van de organisatie, de 21 regiogemeenten en de provincie, van de organisatie mogen verwachten. De ODZOB is een uitvoerende dienst van alle eigenaren samen.

Huishoudelijke afvalstoffen
De inspanningen binnen de gemeente op het gebied van afvalinzameling waren gericht op het realiseren van de doelstellingen in het Landelijk Afval Plan II (LAPII) en de ambities in de zogenoemde Mansveld-brief van januari 2014. In aanvulling daarop is in 2015 het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) verschenen, waarin o.a. verhoogde landelijke ambities op het gebied van beperking restafval (< 100 kg/inwoner) en verbeteren afvalscheiding (75%> in 2020) zijn opgenomen. De ambities van Helmond op dit vlak waren al vertaald in de Kadernotitie Afvalbeleid die op 11 maart 2014 door de raad is vastgesteld; deze zijn nu overeenkomstig het Vang-programma (naar boven) bijgesteld. In 2015 is gestart om deze kaders en de nieuwe uitdagingen te vertalen naar concrete doelen, passend bij de schaal en de mogelijkheden van Helmond. Via (deel)plannen voor de verschillende afvalstromen en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s worden deze doelen daadwerkelijk op programmaniveau ingevuld.
In februari 2016 heeft het College een definitief besluit genomen over de stroom PMD (plastic en metalen verpakkingen en drankkartons), die met ingang van mei van dit jaar afzonderlijk wordt ingezameld. Voor de stromen OPK (oud papier en karton) en textiel is in juli 2016 een definitief besluit genomen. Dit houdt o.a. in dat begin 2017 gestart zal worden met het via mini-containers inzamelen van oud papier en karton.
Beleidskaders en (deel)plannen voor overige afvalstromen (GFT, restafval, KGA ed.) worden vanaf de tweede helft van 2016 verder opgepakt en komen in 2017 en later tot uitvoering.

Voorgenomen investeringen op het gebied van (ondergrondse) basisvoorzieningen voor kunststofinzameling (inmiddels verbreed tot PMD) maken deel uit van de benodigde voorzieningen om de verplichtingen met betrekking tot deze afvalstromen adequaat in te kunnen vullen. Daar waar na mei 2016 (de start van de PMD inzameling) aanvullende voorzieningen nodig blijken te zijn, worden hiervoor (dan wel voor andere afvalstromen) voorstellen voorgelegd.

Rioleringen
De doelstellingen ten aanzien van riolering zijn vastgelegd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2010-2015, beleidsmatig verlengd tot en met 2018), rekening houdend met de verschillende landelijke en Europese beleids- en richtlijnen. In het GRP zijn de gemeentelijke beleidslijnen opgenomen met betrekking tot de onderstaande wettelijke taken:

  • inzameling en transport van stedelijk afvalwater;
  • doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater;
  • maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken.

In 2016 is een nieuw kostendekkingsplan door uw raad vastgesteld, met een aangepast tarievenbeleid. Het nieuwe kostendekkingsplan was enerzijds nodig om de richtlijnen van de commissie BBV te kunnen implementeren. Anderzijds lag er een structurele bezuinigingstaakstelling van € 850.000 die opgenomen moest worden.
Begin 2017 wordt, zoals gewoonlijk, het operationeel programma riolering (OPR) 2017 vastgesteld en door ons college ter kennisname naar de raadscommissie Omgeving verstuurd.

Regionale samenwerking
In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2011) hebben gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven een taakstelling gekregen om de verwachte kostenstijging in de waterketen tot 2020 met 75% af te buigen (380 miljoen euro voor gemeenten en waterschappen). Dit moet gebeuren door meer samenwerking tussen de waterketenpartners, een (her)overweging op doelmatigheid van investeringen en toepassing van innovatieve technieken. Dit heeft geleid tot een intensieve samenwerking tussen de Peelgemeenten en Waterschap Aa en Maas, die in april 2013 is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De regionale taakstelling is daarbij bepaald op 5,5 miljoen euro.
In 2016 is gestart met het opstellen van een gezamenlijke beleidsvisie voor de Peelgemeenten en het waterschap voor het 'waterdomein' in de brede zin van het woord. Het gaat daarbij om de waterketen, het watersysteem, de klimaatontwikkelingen (zie onder) en de raakvlakken met andere beleidsvelden zoals ruimtelijke ordening en milieu. Ook de consequenties van de invoering van de Omgevingswet voor het waterdomein worden hierin meegenomen. Deze visie moet eind 2017 gereed zijn en zal input leveren voor de omgevingsvisies en -plannen van de individuele gemeenten. De visie wordt te zijner tijd aangeboden uw raad.

Klimaatontwikkelingen
Een duidelijk aandachtspunt zijn de klimaatontwikkelingen. Voor de aankomende decennia worden nattere winters en drogere zomers met heftigere neerslagperiodes voorspeld. Dit zal leiden tot meer ‘water op straat’-situaties en mogelijk ook tot waterschade. In het (verlengde) GRP 2010-2015/2018 is aangegeven hoe we hiermee omgaan. De meest doelmatige manier om wateroverlast aan te pakken ligt meestal in aanpassingen in de openbare ruimte, waaronder wijzigingen in wegprofielen, verlaging van groenstroken, aanleg van oppervlakkige retentie etc. Dit vraagt een goede afstemming met andere beheerdisciplines en met ruimtelijke ontwikkelingen.
Een ander gevolg van de klimaatontwikkelingen is een toename van hittestress in bebouwde gebieden: overdag neemt de omgeving (beton, asfalt) warmte op en die warmte kan de stad 's nachts niet meer kwijt. Dit leidt tot significant hogere temperaturen in een verstedelijkte omgeving (ten opzichte van het omringende buitengebied) met alle gevolgen van dien (hogere sterfte onder kwetsbare groepen, meer agressie, afname arbeidsproductiviteit, verschuiving dagritme etc.). De aanpak van deze problematiek is onderdeel van een gezonde en duurzame verstedelijking.

Strategische indicatoren

Niet van toepassing